Veroordeelde

U bent veroordeeld tot het uitvoeren van een werkstraf. U moet werken, onbezoldigd, tijdens uw vrije tijd of naast uw school- of beroepsactiviteiten. Dit kan enkel bij een niet-commerciële instelling, zoals een openbare dienst of een vereniging zonder winstoogmerk. Voorbeelden zijn technische diensten, natuurverenigingen, bibliotheken, ziekenhuizen, enz.

Vragen

•Voor de meeste inbreuken kan de rechter een werkstraf opleggen. Hij beslist of een werkstraf een gepaste straf is.

•De rechter legt ook een vervangende straf op. Dit is een geldboete of een gevangenisstraf die de werkstraf vervangt als u ze niet uitvoert. Het openbaar ministerie beslist of u de vervangende straf moet ondergaan.

•U moet zelf aanwezig zijn op de zitting van de rechtbank. Als u niet aanwezig kan zijn, moet een advocaat u vertegenwoordigen. In ieder geval moet u akkoord gaan met de werkstraf en gemotiveerd zijn om ze uit te voeren.

•Als de rechter meer informatie wil over uw persoonlijke situatie kan hij een beknopt voorlichtingsrapport of een maatschappelijke enquête vragen. Hierbij nodigt een justitieassistent u uit voor een gesprek. Hij gaat na of een werkstraf een geschikte straf is.

Een werkstraf duurt minimaal 20 en maximaal 300 uren.

Als u aI eerder bent veroordeeld, kan de rechter een hoger aantal uren opleggen (tot maximum 600 uren).

U hebt een jaar om het totaal aantal uren te presteren.

Ja. De werkstraf kan overwogen worden door de rechter, gevorderd door het openbaar ministerie of gevraagd door de verdachte.

Als u de werkstraf volledig hebt uitgevoerd, kan de justitieassistent u uitnodigen voor een laatste gesprek. De justitieassistent maakt een verslag op en stuurt dit naar de probatiecommissie. De probatiecommissie sluit uw dossier af.

Nee.

Overeenkomstig artikel 595 Wetboek van Strafvordering, wordt een werkstraf niet vermeld op het uittreksel uit het strafregister.

Let wel, wanneer er naast een werkstraf ook een geldboete als hoofdstraf wordt opgelegd verschijnt de geldboete wel op het uittreksel uit het strafregister.

Problemen op de werkplaats bespreekt u met de verantwoordelijke van de werkplaats en met de justitieassistent. U zoekt samen naar een oplossing. De probatiecommissie kan, indien gerechtvaardigd, toestaan dat u de werkstraf op een andere plaats uitvoert.

De werkstraf moet afgerond zijn binnen het jaar. Als dat onmogelijk is (omwille van een reden buiten uw wil, kan de probatiecommissie de uitvoeringstermijn verlengen).

Als de justitieassistent vaststelt dat u de werkstraf niet uitvoert volgens de gemaakte afspraken, nodigt hij u uit voor een gesprek. U kan dan uitleggen welke moeilijkheden u ondervindt. De justitieassistent maakt hiervan een verslag op voor de probatiecommissie. De probatiecommissie kan u uitnodigen om de problemen die u ondervindt te bespreken. Een advocaat kan u bijstaan. De probatiecommissie beslist of ze het dossier al dan niet terugstuurt naar het openbaar ministerie. Het openbaar ministerie beslist of u de vervangende straf moet ondergaan.